Zoveel moois…

Bericht door arian 4 Reacties

Op het vliegveld van Sevilla. Dat is waar ik me nu bevind. Ik zit te wachten op de aankomst van m’n schatje, terwijl jullie denken: heb ik wat blogs gemist? In het laatste blog was ‘ie nog op weg naar Valencia. Maar geen bang. Je hebt geen blogs gemist. De laatste tijd is er veel afstand overbrugd. Niet alleen over voormalige sporen, maar ook over bestaande. Een behoorlijk tijdje had ik de illusie dat ik alles van Spanje zou kunnen zien in de mij gegeven tijd. Dat is ook een aannemelijke gedachte als je, zoals ik toen, helemaal niets van Spanje weet. Inmiddels begint het een beetje door te dringen wat Spanje inhoudt. Er is simpelweg veel te zien. Dus vanaf Valencia heb ik de toeristische kust richting het zuiden even treinend overgeslagen, heb ik een geweldige kustroute tussen Cartagena en Almeria gefietst – door het Cabo de Gata park – en ben ik van Almeria weer in Granada beland met de trein. Niet omdat het stuk tussen Almeria en Granada niet mooi is – daar ligt namelijk de Sierra Nevada –, maar zodat ik deze prachtige bergen, die hoger zijn dan menigeen denkt (hoogste top is 3400 meter), kon befietsen met minder kilo’s. Die heb ik namelijk achtergelaten bij Saskia en Jurgen in El Ventorillo. Dit avontuurlijke Nederlandse stel, dat 80.000 km om de wereld heeft gefietst, heeft mij opgenomen als onderdeel van het roerende goed. Zes handen op één buik. Zo vat ik het maar even samen. En dan nemen we voor de handigheid maar even mijn buik, want die wordt ongelofelijk volgestopt bij het duo ‘hard werken hard ontspannen’.

 

Cabo de Gata National Park

 

Maar even wat stapjes terug. Want aan ‘de nieuwe ketting van ongelofelijke gastvrijheid’ zitten ook nog wat pareltjes die luisteren naar de namen Martin en Sarah. In Valencia mag ik namelijk een aantal dagen bij hen slapen en eten. Als Martin mij oppikt van een locatie in de stad, is mijn eerste indruk: excentriek mannetje! Niet lang daarna kom ik erachter dat ik die ‘vibe’ enorm kan waarderen. Heel ontspannen. Ook met Sarah, zijn partner, klikt het goed. En dat is ook niet zo heel verwonderlijk, want ook zij is iemand om je gemakkelijk comfortabel bij te voelen. Kortom: een groot ‘welkom’ gevoel. Naast het bezoek aan Sarah’s nieuw geopende taalschool, laat Martin mij de opvolgende dagen redelijk wat van Valencia zien. Daarbij vertellend over de geschiedenis en de lokale roddels. Het is één van de grotere steden van Spanje, maar voor mij voelde dat helemaal niet zo. Het is te vergelijken qua inwoneraantal met Amsterdam, maar het voelt alsof je in Utrecht loopt. Wat me direct opvalt aan het straatbeeld, zijn de sinaasappel- en palmbomen. Dat geeft een hele frisse indruk en echt het gevoel dat je weg bent van huis. Martin waarschuwt me: “Probeer die sinaasappels, hoe mooi oranje ook, maar niet. Het zijn sinaasappels voor ‘marmelade’, de bittere Engelse jam, en niet als sappig tussendoortje bedoeld”.

 

Valencia streetview

Valencia streetview

 

Ook de vele zogenaamde ‘Gargoyles’ aan de gebouwen zijn niet te missen. Deze, van oorsprong, watergeleiders zijn er in allerlei vormen en maten en met een grote diversiteit aan verhalen en achtergronden. Het idee erachter is, dat het water van het dak niet direct langs de muren loopt en daarmee het cement erodeert. Hoewel ze als watergeleiders zijn begonnen, werden er ook veel voor de versiering opgehangen.

Ondertussen lach ik me dood om hoe Martin zich door het verkeer begeeft. Echt hilarisch. Als een soort  fietsende agent, op weg naar een groot ongeluk. Overal neemt ‘ie voorrang. Laat ook zien dat hij het liefst midden op straat loopt of fietst, zodat hij beide zijden kan bekijken. Het is duidelijk: Hij houdt niet van auto’s en motoren in de binnenstad. Al snel neem ik het van hem over en ik moet zeggen: dat voelt goed. We komen overal mee weg. Als je maar overtuigend bent.

Er overkomt me iets raars. Iets wat alleen gebeurt als ik heel moe ben. Ik heb het slecht één keer eerder gehad bij een Japans-Nederlandse fietsster, die geen Nederlands praatte. Martin spreekt, doordat hij al jaren in Spanje woont, vloeiend Spaans. Na zijn praatje tegen de fietsenmaker, begin ik ineens een verhaal af te steken over de scheefstand van veel kerken op het platteland. In het Nederlands. Na vijf minuten zegt ineens: Funny! And now in English please. Ik sta echt heel raar te kijken van die reactie en heb ook dan pas door, dat ik in het Nederlands aan het praten was. Raar moment. Waarschijnlijk komt het omdat hij ineens van Engels een paar minuten Spaans praatte en in mijn hoofd het Engels toen is gestopt.

 

 

In mijn dorst zie ik ‘Santa Catalina’ en de enorme bedrijvigheid die daar binnen heerst. Dienbladen vol melkwitte drankjes gaan als zoete broodjes over de toonbank. Het wil zo zijn dat ik bij de meest traditionele zaak op het gebied van ‘Horchata’ ben. Nieuwsgierig steek ik mijn hoofd door de deur om te zien of er toch geen aandeel is van wat paarden, maar bij navraag weten ze mij te verzekeren dat het gaat om geperste aardamandelen. Ik ‘teug’ er één leeg en mijn maag boert dat het binnen mag blijven.

Granada en de Sierra Nevada

 

 

Het voorstel van Saskia en Jurgen om een mooie route te gaan wandelen, voordat ik een paar dagen in de Sierra Nevada ga fietsen, wordt ingezet en zo belanden we in Monachil, op een mooi wandelpad iets zuidoost van Granada. Dit hoort bij de uitlopers van de Sierra, wat bergketen betekent. Het Spaanse woord voor sneeuw is ‘nieve’. Daar is de naam Nevada van afgeleid. Als je het dus samenpakt is Sierra Nevada ‘bergketen van sneeuw’.

De weelderige Monachil-vallei, rijk aan wilde bloemen, fruitbomen en kruiden is zeer mooi om in te wandelen. De route, ‘Cahorros’ genaamd, voert door een smalle kloof die een trapsgewijze rivier herbergt en waar verschillende hangbruggetjes je steeds van de ene naar de andere kant brengen.

 

Monachil-vallei

Monachil-vallei

 

Met een klein beetje spierpijn begin ik na het weekend aan wat daagjes toeren door de Nevada. Als ik wegfiets uit El Ventorillo zie ik meteen wat Jurgen me al verteld heeft. De regio Granada ademt ‘olijfboom’. Tot aan de horizon zie je maar één ding en dat is dat kleine boompje. De heuvels lijken op de geknotte nekken van paarden; om de zoveel meter een ‘balletje’.

Ik passeer authentieke Spaanse dorpjes, zoals Nigüelas, waar ik van een afstandje de witte huizen zie met balkons vol bloemen. Aan mijn rechterhand zie ik de uitgestrektheid van de Lécrin-vallei, met Moorse wachttorens piekend boven de daken in een oase van groen en kleurrijke variaties van  bloesems. Af en toe vangt mijn neus een zweem op van oranjebloesem, die in deze tijd een beetje begint op te komen.

Ik neem de afslag richting ‘de Alpujarra’, een vruchtbare streek die zich uitstrekt langs de zuidkant van de Sierra Nevada en bestaat uit kronkelwegen en terrasvelden, waarop fruit- en olijfbomen groeien en groenten verbouwd worden. Het kronkelt zo erg, dat het net lijkt alsof ik op een groot bord spaghetti fiets. Er is geen enkel stukje recht en je blijft klimmen en dalen. De remblokjes zijn hier geen lang leven beschoren. Achteloos verspreide, oude bergdorpjes, zoals Pampaneira, Pórtugos, Trévelez en Válor onderscheiden zich door de traditionele architectuur en het gebruik van de vooruitstrevende Moorse irrigatiekanalen. Ze liggen als kleine lawines op de hellingen, losgebroken van de sneeuw op grotere hoogte. Trévelez gaat voor velen door als het hoogst liggende dorp in Spanje, bijna 1500 meter.

 

 

In de namiddag voor de dag dat ik ‘Puerto de la Ragua’ over ga, suis ik nog even naar beneden naar Ugíjar om via een extra lusje met klim aan de pas te beginnen. Het gebied is ruig hier. De steile leistenen hellingen worden afgewisseld met grillige rotsformaties, die op hun beurt weer plaats hebben moeten maken voor kleine, uitgehouwen akkertjes. Met slingerende, uit de rotsen gehakte treden zijn deze bereikbaar om handmatig bewerkt te worden. Ik slaap die nacht tussen de zwaar behangen sinaasappelbomen langs de ‘rio Bayarcal’.

Vanaf de pas kijk ik over de grote, open vlakte van ‘Marquesado del Zenete’ met een enorm zonnepanelenveld en een windmolenpark. Aan de horizon staan de ‘tweeduizenders’ van de Sierra de Baza. Tezamen maken deze siërra’s  een knikkerpot van dit gebied. Via La Calahorra rij ik op Guadix aan. Deze stad bevindt zich op de scheidslijn van de vruchtbare Nevada en het droge landschap van Almeria. De klei-achtige grond in de omgeving van deze stad bestaat uit een paar duizend grotwoningen die dateren uit de tijd van de Reconquista, de christelijke herovering van het Iberisch schiereiland op de Moren.

Het Alhambra en Generalife

Dé bezienswaardigheid van Granada, of zelfs van Spanje, is ongetwijfeld het ‘Alhambra’. Een in de middeleeuwen door de Moren gebouwd paleis met zeer bijzondere, fijne islamitische kunst op het Europese vasteland. Wat een verschil met het grove gotische van de katholieke invloedsferen. Het is dan ook een beetje jammer de Karel V een deel heeft af laten breken om er een ‘lomp’ renaissancistisch paleis tussen te zetten.

 

 

Gescheiden door een ravijn vind je naast deze bouwwerken een ander aantrekkelijk paleis: het Generalife. ‘Jannat al Arif’ in het Arabisch, wat zoveel betekent als ‘Tuin van de architect’. Het is één van de oudste Moorse tuinen. Dit paleis, wat een stukje hoger ligt dan het Alhambra, werd gebruikt door de koninginnen om in de warme zomermaanden de koelte wat op te zoeken. Water, dat van de bergen af komt, wordt op een kunstige manier over verschillende sporen door de tuinen geleid. Ik kan hier eindeloos over schrijven, want persoonlijk vind ik dit prachtig. Toch zeg ik in dit geval: zelf gaan kijken. Laat je verrassen door de romantiek.

 

 

Flamenco

Sas stelt voor om naar een Flamenco voorstelling te gaan in Granada. Spaanse muziek uit de zuidelijke streken, met tinten Arabisch en sterke ritmiek. De verwachting nog even in het midden latend – ballet zit nog vers in mijn geheugen – wachten wij in de kleine ruimte waar het moet gaan gebeuren. Al in de eerste vijf minuten ben ik verkocht. Wat een passie! Wat een intensiteit! Compleet meegezogen in gezongen poëzie, dans en gitaarspel worden ik licht in het hoofd, puur doordat ik vergeet om adem te halen. De zanger haalt de klanken uit zijn tenen, terwijl de gitarist bijna letterlijk in zijn gitaar klimt. Hoe is het mogelijk om dat wat wij horen uit een gitaar te krijgen? Als de danseres opkomt kun je bijna iedereen wegdragen. Dood door verstikking. De dame, met Arabische gelaatstrekken, komt met een ego die ons allemaal in de verdrukking brengt op het podium. Haar gitzwarte ogen branden door me heen. Vanaf de eerste ‘taps’ met haar geharde zolen op de vloer, begint m’n hart hetzelfde ritme aan te nemen. De gitarist blijft onophoudelijk de flexibiliteit van de snaren testen. De haren op mijn armen staan recht over eind. Gedurende een kwartier maakt deze vrouw je onderdeel van haar leven, terwijl ze zelf uitstraalt alsof ze alleen bezig is. Totaal in trance. Het haar plakt in plukken op haar bezwete gezicht. Haar mascara loopt uit; zwarte tranen ‘rollen’ over haar trillende gezichtspieren. Het lijkt of ze hartverscheurend gehuild heeft. Vijftien jaar ouder is. Ze gaat er helemaal voor. Langzaam ebt de intensiteit weg en bouwt ze het af. Bij mij komt er ook weer zuurstof binnen en ik realiseer me dat ik hier bij iets heel bijzonders ben. Zoveel plaatsen waar je naar Flamenco dansen kunt gaan, maar op de één of andere manier weet ik dat ik hier weer op de juiste tijd en plaats ben. Geen anders show zal dit gaan evenaren. En het is nog niet klaar. De mannelijke danser komt op. Al even gepassioneerd. Langzaam schuif ik naar het puntje van mijn stoel, wanneer hij ons meeneemt in het ritme van zijn handen en voeten. Zonder bijval van de gitarist legt hij een ritmisch geheel op de mat, waar je met helder denken niet bij kunt. Het klinkt in het kleine zaaltje met pakweg dertig toeschouwers, alsof er vier paarden op volle galop langskomen. Het geluid striemt je oren als een zweepslag. In de laatste pose zie je de druppeltjes parelen aan wenkbrauwen, neus en kin. Zijn blik kijk een kilometer ver, terwijl de achtermuur niet verder dan vijf meter reikt. De brok in mijn keel valt weg om plaats te maken voor woorden. “Fantastisch!”, stamel ik. Mijn blik dwaalt af naar Saskia. “Ik wist wel dat je dit mooi zou vinden”, zegt ze. Als afsluiting volgt een gitaarsolo. Woorden te kort. Mijn ogen gaan dicht en ik realiseer me dat dit één van de mooiste dingen is, die ik ooit heb meegemaakt. Misschien wel zal meemaken.

 

 

Check ook de nieuwe foto’s in ‘Spanje 2’

Deel onze verhalen:
  • Print
  • Digg
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • eKudos
  • email
  • Hyves
  • LinkedIn
  • MySpace
  • NuJIJ
  • Technorati
Categoriën: Slider, Spanje, Winterreis 2014

4 Reacties tot zover.

  1. Wycher zegt:

    Hard werken is hard ontspannen! 😉 Mooi man die flamenco, kan er thuis ook uren naar luisteren!

    Trapze nog even! En bundelen die hap!

    Hooihooi

  2. Tuur & Gretol & Roos zegt:

    Zodra we Mo weer zien en spreken zullen we het over de nieuwe hobby dansen hebben, TRY NEW THINGS!
    Geniet nog even van je trip en reizen nog lekker met je mee…

  3. Marcel zegt:

    Wat een rat ben je toch eigenlijk. 😉 Ben nu al verliefd op de flamenco danseres en aangezien je zelluf geen foto’s dorst te maken moet ik er nu dus ook naar toe.
    Mooi verhaal man. Weer 1-tje voor op de bucket list.
    Thanks

  4. Arjan, Debora, Jayden zegt:

    Mooi verhaal weer en leuke foto’s! En ik zag de danseres zo voor me. Een volgende keer wel gewoon door blijven ademen he :-) Wellicht is een cursus Flamenco wel iets voor jou? Bedankt weer voor t delen!


Meeste reacties op

We did it!

Zo nu en dan verschijnt er een grijns op mijn ...

Expect the unexpecte

Terwijl ik met het lood in m’n benen de twaalf ...

Poesbijk touchdown

De dames van de howdy-doody douane waren heel content met ...

Ringtuuttuutpeppepho

De groene zeeschildpad Mijn hoofd maakt overuren. Met vlagen is het ...

Over de meet

“Met de volgepakte fietsen op de foto voor dat operagebouw ...